Kuurnse Vlag
 

Duitsland

Klik op de kaart voor detail

Duitsland (Duits: Deutschland), officieel: Bondsrepubliek Duitsland (Duits: Bundesrepublik Deutschland; afk.: BRD), federale republiek in Midden-Europa, 356 970 vierkante kilometer (1998 reëel), met 83 251 851 (2002 schatting) inw. (233 personen per vierkante kilometer (2002 schatting)); hoofdstad en regeringszetel: Berlijn (de regeringszetel was tot 2000 Bonn). Munteenheid is de euro, verdeeld in 100 eurocent. Tot 1 jan. 2002 was de nationale munt de Mark (DM); 1 euro is DM 1,95583. Nationale feestdag is 3 oktober, de dag van de ‘Duitse Eenheid’ (= de Duitse hereniging in 1990).

Tot het grondgebied behoren naast continentaal Duitsland tevens de Oost- en Noord-Friese eilanden, alsmede Helgoland in de Noordzee en Fehmarn, Rügen en een deel van Usedom in de Oostzee.

Geografie

Duitsland bestaat uit drie grote geografische landschappen: a. het Noord-Duitse laagland; b. het middelgebergte; c. het Alpengebied.

a. het Noord-Duitse laagland is een in de pleistocene ijstijden gevormd landschap. Het gehele gebied heeft een zacht golvende oppervlakte; hier en daar is het geheel vlak. De bodemverheffingen vormen twee groepen: de noordelijkste omvat de zgn. Baltische landrug, een eindmorenegebied, onmiddellijk ten zuiden van de Oostzee, een gebied rijk aan meren en bossen. De tweede verloopt zuidelijker en vormt een krans van oudere eindmorenen vanaf de Beneden-Elbe tot het Katzengebergte. Parallel met deze grote eindmorenegordels loopt ten noorden ervan een zacht golvend, lemig grondmorenegebied en in het zuiden een brede strook onvruchtbare zandgrond (zgn. Sandr), deels met heide bedekt (o.a. Lüneburger Heide). In dezelfde richting verlopen de zgn. oerstroomdalen, tot 20 km brede, vroeger uit veen bestaande stroken, eertijds de bedding van het van de ijskap afstromende smeltwater. Naar het zuiden toe dringt het laagland met enkele diepe bochten in het middelgebergte door (Middenrijnse laagvlakte, Münsterland, Saksische laagvlakte, Nieder-Lausitz), meestal vruchtbare lössgebieden (voornamelijk de zgn. Magdeburger Börde).

b. Het middelgebergte is geologisch zeer gecompliceerdGrosse Feldberg (zie § 1.4). In het westen begint het bergland met een aantal ketens die door de Rijn vrijwel onder een rechte hoek worden doorsneden: Rijns Leisteengebergte, Eifel, Westerwald (657 m), overgaand in Rothaargebergte en Hunsrück, Taunus (880 m), waarbij aansluiten de Vogelsberg en het Rhörgebergte (950 m). Verder naar het noorden ligt de Harz (Brocken 1142 m), met ten westen daarvan het Weser Bergland en het Teutoburgerwoud en ten noordoosten de Fläming. Ten oosten van de Rhön verloopt noordwest-zuidoost het Thüringer Woud, aan het zuidoostelijk einde waarvan het Fichtelgebergte een knooppunt vormt met het Ertsgebergte naar het noordoosten, het Oberpfalzerwoud-Bohemerwoud naar het zuidoosten en de Fränkische Alb naar het zuidwesten. Deze laatste vormt geologisch één geheel met de verder zuidwestwaarts lopende Schwäbische Alb; beide worden ten zuiden begrensd door de Donau.

c. Het Alpengebied. Ten zuiden van de Donau stijgt het land geleidelijk en gaat over in het morenegebied van het Alpenvoorland, waarna in het uiterste zuiden het bescheiden Duitse aandeel in de Alpen, met name de noordelijke Kalkalpen, volgt, dat tevens de grens vormt met Oostenrijk. Van west naar oost liggen hier de Allgäuer Alpen, de Ammergauer Bergen, als hoogste het steile Wettersteingebergte en de Salzburger Alpen.

 

Bevolking

De dichtstbevolkte gebieden zijn de miljoenensteden (Berlijn, Hamburg en München), het industriegebied Rheinland-Westfalen, het Rijn-Main-gebied, het Rijn-Neckar-gebied en de omgeving van Stuttgart, het industriegebied Leipzig-Halle, het gebied Chemnitz-Zwickau en de omgeving van Dresden. Ruim 87% van de bevolking woont in inwoners Duitslandde steden.

Duitsland telt 83 251 851 (2002 schatting) inw., waarvan 7,2 miljoen buitenlanders. In het noorden van Sleeswijk-Holstein wonen ca. 60 000 Deens sprekende Duitsers van Deense oorsprong. Eenzelfde aantal heeft de Slavische minderheid der Sorben in het oosten (Lansitz). Ca. 30% van de buitenlanders zijn Turken, voorts Joegoslaven, Italianen, Grieken, Polen, Bosniërs en Kroaten. Door maatschappelijke weerstand tegen de grote stroom vluchtelingen naar Duitsland vanaf het einde van de jaren tachtig, afkomstig uit de Oostbloklanden, m.n. Oost-Duitsland, Joegoslavië, Rusland, maar ook uit Afrika en Azië, werd in 1993 het asielrecht ingeperkt.

De gemiddelde levensverwachting bij geboorte was toen voor vrouwen 81, voor mannen 75 jaar. In de periode 1995-2001 groeide de bevolking gemiddeld met 0,3% per jaar. De natuurlijke aanwas was negatief. Duitsland kampt met toenemende vergrijzing, hetgeen de druk op oudedagsvoorzieningen verder zal doen toenemen.

 

Economie

Duitsland heeft zich ontwikkeld tot een van de belangrijkste industrielanden ter wereld en werd slechts weinig getroffen door de economische recessies in de jaren zeventig en in het begin van de jaren tachtig. Het nationaal product per hoofd behoort met o.a. dat van de Verenigde Staten en Japan tot de hoogste ter wereld en de Duitse Mark (DM) was een van de meest waardevaste valuta ter wereld.

Het economische stelsel van na 1945 kan men een sociale markteconomie noemen. De staat geeft globale leiding, maar heeft geen directe bemoeienis met bijv. de loon- en prijsvorming. Door het Kartellgesetz (1957) wordt de concurrentie beschermd tegen ondernemersafspraken. Door een veelomvattende sociale wetgeving is de arbeidsvrede goeddeels bewaard gebleven. De leiding door de staat komt o.a. tot uiting in de Konzertierte Aktion, een tripartite-overleg tussen de overheid, werkgevers- en werknemersorganisaties om conjunctuurbeleid te voeren. In de tweede helft van de jaren negentig kreeg Duitsland te kampen met grote werkloosheid, stagnatie van de groei en hoge begrotingstekorten, mede als gevolg van het snelle proces van eenwording.

Het bruto nationaal product (bnp) steeg van 302 miljard DM in 1960 tot 4013 miljard Economy GermanyDM in 1995 (DM 1 = 0,51 euro). Ondanks de prijsstijgingen hield dit een flinke productiestijging in. Ongeveer 30% van het bnp was afkomstig van industrie en mijnbouw; het aandeel van de agrarische sector liep de afgelopen decennia sterk terug, terwijl dat van de dienstensector meer dan vervijfvoudigde. Het inkomen per hoofd van de bevolking steeg van 4331 DM in 1960 tot 45 200 DM in 1994. De miljoenen naoorlogse vluchtelingen uit de Duitse Democratische Republiek (DDR) droegen wezenlijk bij tot het ‘Wirtschaftswunder’. De economische hervormingen verlopen echter moeizaam. Duitsland kampt o.a. met een dure verzorgingsstaat, hoge loonkosten en grote uitgaven aan het achtergebleven oosten. Met name de hoge arbeidskosten en de vergaande ontslagbescherming lijken investeerders af te schrikken. Kleine en middelgrote bedrijven creëren in Duitsland aanzienlijk minder nieuwe banen dan in vergelijkbare landen. Na de inzinking van 1996 groeide de economie in 1997 echter weer met ruim 2% en bleef de inflatie daaronder. De werkloosheid bleef echter stijgen en bereikte eind 1997 een naoorlogs record van 11,8% (waarbij het cijfer in het oosten, met 20%, tweemaal zo hoog lag als in het westen). In 2001 stagneerde de economische ontwikkeling en bedroeg de groei slechts 0,6%. Zie ook §6. Geschiedenis.

Bronnen: Encarta® - Encyclopedie. © 1993-2002 Microsoft Corporation/Het Spectrum.


Nuttige adressen:

Ambassade van België in Berlijn
Jägerstrasse 52-53
10117 Berlin
Berlin@diplobel.org
Tel: +49 (30) 206420
Fax: +49 (30) 20642200
http://www.diplomatie.be/berlinnl/

Ambassade Duitsland
Rue Jacques de Lalaing / Jacques de Lalaingstraat, 8-14 1040 Brussel
Tel: 02.787.18.00
Fax: 02.787.28.00
info@bruessel.diplo.be


Duitse Nationale Dienst voor Toerisme
Gulledelle 92 - 1200 Brussel
Tel: 02-245 97 00 - Fax: 02-245 39 80
E-post: gntobru@d-z-t.com
Website: http://www.duitsland-vakantieland.be